De financiele flow begint in de deal van de boeking. Verkoopregels laten zien wat je aan de opdrachtgever rekent. Inkoopkosten en teamkosten laten zien wat betaald, gecontracteerd of gecontroleerd moet worden aan de leverancierskant. Wanneer beide kanten compleet zijn, worden facturen, inkopen en marges betrouwbaarder.
Van deal naar factuur
- Gebruik de financiele boekingspagina om de deal te laden of aan te passen voordat je facturen maakt.
- Factuurregels kunnen gebaseerd zijn op de boekingsdeal, maar controleer altijd btw, vervaldagen, voorschotten, referenties en de factuurrelatie.
- Factuurinstellingen, nummering, betaalgegevens, UBL-bijlagen en e-mailsjablonen bepalen hoe facturen worden gemaakt en verstuurd.
Inkopen en crediteuren
Inkoopopvolging hangt af van crediteuren die aan kosten gekoppeld zijn. Een kostenregel met leveranciersrelatie kan gegroepeerd worden, als inkoopfactuurregel worden aangemaakt en in het inkoopoverzicht worden gevolgd. Zonder crediteur telt de kost nog mee voor de boekingsmarge, maar is het lastiger om een inkoopcontract te sturen, een binnenkomende leveranciersfactuur te koppelen of te zien wat nog geboekt moet worden.
Inkoopfacturen
Inkoopfacturen kunnen worden gemaakt vanuit gegroepeerde leverancierskosten of los worden ingevoerd en daarna aan boekingen gekoppeld. Het inkoopoverzicht helpt volgen welke kostenregels geboekt zijn, welke leveranciersfacturen bestaan en welke regels nog aandacht nodig hebben. Dit hangt nauw samen met inkoopcontracten, omdat beide dezelfde leveranciers- of teamlidrelatie gebruiken.
Rapportages en marges
Marges gebruiken de verhouding tussen verkoopbedragen en inkoopkosten. Als een marge niet klopt, controleer dan eerst boekingsstatus, verkoopdeal, inkoopkosten, gekoppelde inkoopfacturen en crediteurkoppelingen. Datumfilters in financiele overzichten bepalen wat wordt meegenomen, dus vergelijk de rapportagemodus met de vraag die je probeert te beantwoorden.